Pater Joe Op de Kamp.
Pater Joe Op de Kamp. Foto:

Joe Op de Kamp, Kruisheer, uiteindelijk geland in Sint Agatha

Algemeen 719 keer gelezen

SINT AGATHA | De 81-jarige geboren Belg woont in 2023 als een van de drie kruisheren in het klooster in Sint Agatha. Hoe zag zijn leven eruit? Via welke (levens)weg is hij vanaf zijn jeugd in Maaseik in Sint Agatha terecht gekomen?

Door Ans Stoub

Op de Kamp steekt van wal: “Ik heb drie zussen en een broer. Een tweede broertje is gestorven bij de geboorte. Een groot deel van mijn lagere schooltijd was het idee dat ik mijn vader op zou volgen als bedrijfsleider in de houtzagerij. Maar vanaf mijn jeugdjaren hield niets me zó in haar greep als priester worden. Ik zat op de school van de Fraters van Tilburg en dat voelde prima. Ik ben na het zesde jaar, tegen de zin van de fraters in, direct overgestapt naar het gymnasium. In zes jaar was ik daar zonder problemen doorgekomen. Vooral mijn moeder wilde niet dat ik toen meteen in het klooster zou intreden. Na een gesprek met de prior directeur van het college gaven mijn ouders zich uiteindelijk toch gewonnen. Met vier klasgenoten ben ik in 1960 bij de Kruisheren ingetreden.” Hij gaat verder: “Dat ik ervoor koos om als kruisheer priester te worden valt toe te schrijven aan de contacten met kruisheren leraren en met de indrukken die hun communiteit te Maaseik op mij maakten.”

Na de priesteropleiding werd Op de Kamp benoemd om aan de Katholieke Universiteit Leuven theologie te studeren. Daarbij verkoos hij te specialiseren in kerkgeschiedenis en zijn proefschrift ging over het boekenbezit van drie voormalige kruisherenkloosters in België: Hoei, Luik en Namen. Najaar van 1971 ging hij een medebroeder vervangen als godsdienstleraar in een meisjesschool voor kapster, schoonheidsspecialiste en secretaresse. Daarnaast bleef hij verder werken aan zijn proefschrift. “Mijn activiteit in dat milieu beviel noch mijzelf noch de schoolleiding waardoor dat stopte na dat ene schooljaar,” vertelt Op de Kamp glimlachend. Enkele maanden later bood een collega priester, verantwoordelijk voor het jeugdpastoraat in het vicariaat Vlaams Brabant, hem aan zijn secretaris te worden. Tegelijk werd hij secretaris van CODI, het overlegorgaan van de hoofden van de pastorale diensten. Verder zou hij, voornamelijk in het weekend, dienst moeten verlenen in een parochie bij Leuven. Al vlug kwam daar, tot eind ’77, het secretariaat bij van de regionale commissie voor liturgie en van een werkgroep homiletiek. Op de Kamp: “In het voorjaar van 1974 werd mij gevraagd ook notulist te worden van de vicariale raad voor Vlaams-Brabant en Mechelen, het orgaan dat ging over het pastorale beleid in de regio.” 

“Begin oktober ‘77 bood de Belgische prior-provinciaal mij aan pastor te worden in het Sint-Jozefziekenhuis te Diest en daarvoor terug te keren naar de gemeenschap waar ik mijn opleiding had gehad. Dat leverde ook minstens 1x per week een doorwaakte nacht op en ‘s ochtends om zeven uur was er iedere dag natuurlijk toch het begin van de ‘groepsactiviteiten’.“

Daarnaast was de priester van 1987-’90 ook de gekozen overste van de communiteit. Dat kostte hem veel energie door latente spanningen in de groep en ook omdat het botste met zijn eigen karakter. “Ik wilde niet herkozen worden en ben er een jaar tussenuit gegaan om te Oosterhout in de Paulusabdij een sabbatjaar te houden,” legt Op de Kamp uit. “Na mijn terugkeer in Diest heb ik nog anderhalf jaar als ziekenhuispastor gewerkt. Dat ging me minder goed af. De coach bij wie ik de klinisch pastorale vorming had gevolgd zei toen: ‘Je hebt alles gegeven, zoek iets anders’. Dat werd, in Wallonië, een leeftijdgenoot begeleiden die pas ingetreden was.”

Op voorstel van de Generale Overste werd de priester in 1996 overgeplaatst naar een gemeenschap van Kruisheren in Duitsland die na twee jaar op hield te bestaan. De priester: “Ik wilde niet terug naar één van de kloosters in België en mocht in het ‘Recollectiohaus’ van de abdij Münsterschwarzach deelnemen aan een cursus voor mensen uit het pastoraat die zich wilden heroriënteren. Dat waren drie intensieve maanden waarbij psychologische en geestelijke begeleiding en creatief bezig zijn aan bod kwamen. Aan het eind heeft iedereen in twee dagen een masker gemaakt van zijn of haar eigen gezicht. Toen het klaar was realiseerde ik me dat mijn gezicht kennelijk heel erg op mijn vader lijkt. Ik stond er zelf even van te kijken.”

Na de cursus bleef de priester in Duitsland in een gemeenschap in Wuppertal werken als ziekenhuispastor en als assistent in de parochie waarin hij woonde. Dat was van 1999-2005. Eind 2004 vroeg de provinciale overste aan Op de Kamp of hij met hem mee naar Sint Agatha wilde gaan. Daar heeft Op de Kamp nu van 5.10 tot 21.30 uur een vast dagprogramma waarin hij elke dag o.a. voorgaat in de eucharistieviering om 7.45 uur. In Sint Agatha lijkt hij nu rust gevonden te hebben.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant