Foto ter illustratie
Foto ter illustratie
COLUMN

‘Wie wint de oorlog?’

Column 1.449 keer gelezen

Terwijl tanks rollen in de Oekraïne en diplomaten hun koffie koud laten worden in Genève, woedt er een andere oorlog. Eentje die zich niet afspeelt op verre landkaarten, maar hier in het hele Land van Cuijk, op de akkers, in de stallen, in het ziekenhuis, in onze longblaasjes en darmplooien. De eeuwige strijd tussen mens en microbe. Geen drones, maar schimmels en bacteriën. Geen sancties, maar schimmelbestrijders en antibiotica. En net als bij geopolitieke conflicten: we zijn er zelf vaak medeverantwoordelijk voor.

Natuurlijk, we hebben de bacteriën en schimmels ook nodig; onze voedselopname kan niet zonder. Maar virussen infiltreren ook als spionnen, muteren als dubbelagenten. Bacteriën voeren guerrilla in onze darmen; ze vallen ons aan en al helemaal bij een verminderde weerstand. En schimmels? Inderdaad, bruikbaar voor het brouwen van bier of een Frans Kaasje, maar tevens de sluipschutters van het ecosysteem. Vaak onzichtbaar, zeer geduldig. Soms zelfs dodelijk en ze planten zich onder gunstige omstandigheden – bij warmte en vocht - razendsnel voort. 

Onze tegenaanval tegen al dat kleine spul is stevig en giftig: antibiotica, antivirale middelen en antischimmelmiddelen. Maar net als bij echte oorlogen is er “collateral damage”, nevenschade. We bombarderen alles wat beweegt, ook de goedaardige flora. En de vijand leert. Dat kleine spul vermeerdert zich in gigantische aantallen. Het heeft geleerd van de tegen hen opgeworpen verdediging en juist hun nakomelingen overleven.

Neem de bloementeelt. Daar gebruiken we azolen — krachtige antischimmelmiddelen zoals o.a. Itraconazol of Voriconazol — alsof het confetti is. Na de oogst gaat het loof op een composthoop; daar is het lekker warm en vochtig. Ideaal voor schimmels om zich te ontwikkelen. Sommige worden resistent in een dergelijke broeiplaats met restanten bestrijdingsmiddelen. Ze vormen sporen die kilometers ver kunnen reizen en jaren kunnen overleven. 

En dan fietst daar een oude man. Longen wat zwakker, immuunsysteem niet meer op volle toeren. Hij ademt zo’n resistente schimmelspore in en heeft vervolgens een bedreigende schimmelinfectie in zijn longen. In het ziekenhuis krijgt hij een medicijn: Voriconazol. Maar de schimmel lacht. Hij kent dat middel immers al. Het werkt dus niet meer. Opa gaat dood. 

Dit is geen sciencefiction. Dit is de biologische echo van onze oorlogszuchtige omgang met de natuur. We bestrijden in plaats van sámen-leven. We willen winnen, niet begrijpen. Maar micro-organismen zijn niet alleen onze vijanden — ze zijn ook heel belangrijke buren en huisgenoten, die we nodig hebben. 

Misschien moeten we stoppen met oorlog voeren. Niet alleen in de Oekraïne, maar ook in onze darmen en op onze akkers in het Land van Cuijk. Vrede sluiten met onze omgeving. Begrijpen dat resistentie niet ontstaat door de vijand, maar door onze strategie.

Want als we blijven vechten, verliezen we niet alleen de oorlog. We verliezen opa.

Geert Verstegen
Milieuvereniging Land van Cuijk.
www.mlvc.nl


Milieuvereniging Land van Cuijk - Foto:

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant