
Vingers vol vragen voor Ronnes op de Bakelgeert
Onderwijs 1.305 keer gelezenBOXMEER | ‘Wat zit er in het laatje bij de zetel?’, ‘Mag je tijdens een debat naar de WC?’. Deze vragen, en nog veel meer, werden er vrijdagmorgen gesteld aan politicus Erik Ronnes (CDA). De interviewers? Kinderen van groep 8 van Daltonbasisschool De Bakelgeert in Boxmeer. Op dinsdag 26 november mogen zij, als één van de vijf scholen in Nederland, namelijk naar Den Haag voor het jaarlijkse Kinderdebat. Dus wat is een betere voorbereiding voor zo’n leerzame middag vol politiek, dan een gesprek met een oud Kamerlid?
Jaarlijks mogen basisscholen in heel Nederland een vraag stellen. Vijf van die vragen worden er voor het Kinderdebat uitgekozen en in de Tweede Kamer behandeld zoals dat in het echt ook gebeurt. De vraag “Hoe gaan jullie er voor zorgen dat social media en de mobiele telefoon geen of minder impact hebben op onze jeugd en toekomst?” van de Bakelgeertleerlingen, aangevoerd door Milou, werd dus uitgekozen voor een serieus debat.
“Ik was vandaag in de buurt en had wat ruimte in de agenda, dus ik kom graag even langs,” aldus Ronnes over zijn bezoek. De politicus heeft onder andere ervaring als wethouder in de oude gemeente Boxmeer, als gedeputeerde bij provincie Brabant en als waarnemend burgemeester van respectievelijk Sint-Michielsgestel en nu Loon op Zand. Maar het was zijn voormalige rol als lid van de Tweede Kamer waarover de kinderen hem het overhemd van het lijf vroegen. ‘Wie bepaalt wie waar zit in de Kamer?’, ‘Wordt er daar weleens gescholden?’: met zichtbaar plezier geeft Ronnes antwoord. Ook juf Leny, voor wie dit het laatste grote project is voor haar pensioen, geniet van het gastcollege en vraagt vrolijk mee.
De Kinderdebatvraag wordt benoemd door Milou: “Je ziet dat kinderen soms echt zes uur per dag achter een scherm zitten. Dat is heel veel.” Juf Leny vult aan: “Terwijl wij hier op school het belangrijk vinden dat je naar elkaar luistert en elkaar ziet.” Ronnes begrijpt het meteen: “Dat is echt wel iets waar ze ook in de Kamer mee worstelen. Ik vind dat écht een heel goede vraag!”




















