
SBO Het Palet smikkelt van eetbaar groen
Onderwijs 1.258 keer gelezenBOXMEER | Een appel is gezonder dan een pizza, en diezelfde appel groeit niet in de supermarkt maar aan een boom. Hoewel voor de meesten van ons dit behoort tot basiskennis, moet het toch op een bepaald moment zijn aangeleerd. Bij de kinderen van SBO Het Palet in Boxmeer stond die basiskennis woensdag centraal. Zij hielden zich die morgen bezig met smaak, voeding, gezondheid en verspilling. Ook wethouder Maarten Jilisen kwam proeven van het project ‘Smikkelen van eetbaar groen’.
Door Mans Pere
Met walging op zijn gezicht komt een leerling het klaslokaal binnengestormd. Hij zoekt zijn toevlucht bij de kraan, waar bekertjes klaarstaan om gevuld te worden. “Die augurk was echt heel vies”, zegt hij tegen de juffrouw. Zijn klasgenootjes van groep 7/8 zijn nog in de aula, waar allerlei bordjes zijn verspreid met diverse producten met uitgesproken smaken. Wat is zoet, zuur, zout, bitter en umami? Wat zijn dit voor smaken en hoe herken je ze?
Speciaal lespakket
Deze smaaktest valt binnen een speciaal lespakket ontwikkelt door stichting Spoony, gefinancierd door de RNOB, een samenwerkingsverband van elf gemeenten en twee waterschappen in de regio Noordoost-Brabant. 85 scholen in dit gebied doen mee aan het programma, wat gelijk staat aan ongeveer 10.000 basisschoolkinderen. Smikkelen van eetbaar groen leert de kinderen dus de verschillende aspecten van smaak en in welke producten ze zijn terug te vinden. Maar, de jonge Boxmerenaren leren via het project ook meer over de herkomst van het voedsel.
Zelf eten groeien
Bijzonder is bijvoorbeeld de eigen moestuin van Het Palet. “We lopen dan bijvoorbeeld in de winter naar die tuin en vragen de kinderen wat er dan groeit.”, aldus Marieke Dekker, programmamanager moestuinieren van Spoony en IVN Natuureducatie. Natuurlijk is het antwoord op die vraag duidelijk, maar daardoor ontstaat wel het besef dat lang niet alles in de supermarkt van eigen bodem komt.
“Ook laten we de kinderen zien hoe een wortel er na vier weken groeien uitziet. Dan is het écht nog maar een klein worteltje.”, vervolgt Marieke. “Dat laat zien hoeveel tijd er nodig is voor ons eten om te groeien. Daar leren de kinderen over de waarde van voedsel.” Wethouder Jilisen, die als RNOB-bestuurslid dit project onder zijn hoede heeft, vertelt waarom hij de moestuintjes zoals deze zo’n goed idee vindt: “ervaringsgericht leren. Doordat ze zélf de zaadjes planten krijgen de kinderen een binding met het eigen voedsel. Daardoor leren ze vroeg respect te krijgen voor wat je uit de grond haalt.”
‘Doordat ze zélf de zaadjes planten krijgen de kinderen een binding met het eigen voedsel’
Fast food en zondagse soep
Na de smaakrijke les vertrekt het gezelschap naar zorginstelling Symfonie (Pantein) waar de kinderen het gesprek aangaan met de ouderen. “Daar kwamen echt de meest fantastische onderwerpen aan bod”, zegt Jilisen enthousiast. “Er was echt een heel groot belevingsverschil tussen de twee leeftijdsgroepen.” Heel veel kinderen waren bijvoorbeeld niet bekend met het begrip ‘zondagse soep’. Tegelijkertijd kregen de kids verbaasde blikken van de senioren toen er gesproken werd over fast food.
Beide groepen hadden wel zichtbaar plezier tijdens de gesprekken. En in acht nemend dat de kinderen ook met veel nieuwsgierigheid en enthousiasme de smaakproefjes ondergingen, op een enkeling met een augurkenafkeer na dan, kan gesteld worden dat het project erg in de smaak viel. “Het zaadje is geplant. We hopen dat het project over een paar jaar uitgroeit tot een vast lesonderdeel.”

























