Bas heeft de goederen in ontvangst genomen bij de Belaste Hoeve (Foto: SK-Media)
Bas heeft de goederen in ontvangst genomen bij de Belaste Hoeve (Foto: SK-Media) Foto: Persbureau SK-Media

Het winnen van de Metworst, hoe voelt dat?

Algemeen

BOXMEER | Het gevoel om als eerste over de finish te komen tijdens de Koningsrit: weinig mensen kennen het. Het handjevol jonggezellen dat wel ervaring heeft met dit gevoel, heef doorgaans nog steeds moeite met het vinden van de juiste woorden. Ook de kersverse Metworstkoning Bas Janssen (16) geeft aan dat het “niet te beschrijven” is wat er door je heen gaat als je als snelste over die donkere finishlijn komt. Nu, enkele weken later, is het besef bij de jonge Boxmerenaar ingedaald, en doet hij toch een verwoede poging het koningschap te beschrijven.

Door Mans Pere

Al sinds zijn achtste was Bas fan van de Metworst. Eigenlijk al langer, maar op die leeftijd zat hij voor het eerst op een paard. “Dat vond ik best wel de bom!”, zegt hij met een lach op zijn gezicht. “De wil om een keer de Metworst te winnen, het een keer mee te maken, dat is toen wel ontstaan.”

Maar, daar komen en die overwinning in de wacht slepen, dat gaat natuurlijk niet zomaar. Natuurlijk moest Bas als jongetje het paardrijden onder de knie krijgen. Eenmaal oud genoeg voor Metworstdeelname betekende niet dat Bas ‘gewoon even op het paard kon zitten en rennen’. Trainen, trainen en nog eens trainen: het is pure noodzaak om ook maar greintje kans te maken binnen deze eeuwenoude competitie. “Toen ik vier jaar geleden voor het eerst meedeed was mijn doel om veilig aan de overkant te komen. Ik deed echt mee voor spek en bonen. Maar, dat is denk ik ook wel de beste manier want dan weet je een beetje wat er gaat gebeuren. En ik vond het toen al heel erg gaaf!”, vertelt de Metworstkoning. “Het tweede jaar was ik al wat serieuzer, maar ook dat was nog steeds wel vooral bedoeld om er van te leren.”

‘Nét niet achterover vallen’
Conditie en kracht, zowel Bas als zijn paard Coco hebben dit nodig om optimaal te presenteren. Niet voor niets dat Bas meermaals per week naar Oploo fietst om ritjes te maken op Coco. Soms op de baan, om de pure snelheid te trainen, vaker nog in het Sint Tunnisse Bos voor die pure kracht en conditie. “Ik ga meestal vier tot zes keer per week trainen, afhankelijk van hoe het zit met school. Dat gaat toch nog altijd voor.”, zegt de vierdejaars leerling van Metameer jenaplan Boxmeer. “Ook ga ik iedere dinsdag met de andere Metworstjongens sporten in de gymzaal van Elzendaal. Het is een hele leuke groep, we kunnen het allemaal goed vinden.” En dan gaat Bas óók nog eens met regelmaat oefenen in Duitsland, op een echt simulatiepaard. “Daar leer ik mijn houding verbeteren. De sleutel zit in het zo ver mogelijk naar achter leunen. Je mag nét niet achterovervallen. Zo zet je het minste gewicht op de voorbenen van het paard, waardoor je het paard het minst belast.”

‘Waar blijven ze? Waar blijven ze?’
Natuurlijk kun je nog zo goed getraind hebben, het fitst zijn van allemaal en het meest krachtig, zonder strategie krijg je niet dat onbeschrijflijke overwinningsgevoel. Drie keer het Vortums Veld over galopperen kost meer energie dan een paard ‘in de tank’ heeft. “In de eerste ronde heb ik veel gegeven.”, blikt Bas terug. “In de halve finale startte Sem (Janssen) niet zo goed. En Thijs (Bens) had een volbloed. Die schieten altijd op het laatste moment voorbij. Ik keek die ronde een paar keer achterom. ‘Waar blijven ze? Waar blijven ze?’, dacht ik steeds. Moest ik ingrijpen en mijn hand op de schoft van het paard leggen zodat ie ‘gas los zou laten’, of niet? Uiteindelijk zag ik niemand en hebben we ingezet op het krachten sparen. Want dat heb je wel nodig in de finale.”

Een “heel tactisch spelletje”, dat zijn de Metworstrennen dus. Ook de Koningsrit is meer dan alleen maar “zo hard gaan als je kunt”. Bas: “Je weet van die volbloedjes, die komen echt op het allerlaaste moment. Ik heb mezelf op de laatste meters, hoewel sportief, er ook wel een beetje voorgezet. Coco ging zelfs nog een beetje terug. Ze was een beetje uit haar lijn gebracht, maar ik moest wel bijsturen anders had ik nooit gewonnen.” Terugblikkend op dit vliegensvlugge gemanoeuvreer denkt Bas zeker wel een seconde kwijt te zijn geraakt aan Coco’s koppigheid. Het deert hem niet. Hij is Metworstkoning geworden en “ontzettend trots” op Coco.

Trots en speciaal
“Alle credits naar Coco. Ze heeft het zó goed gedaan”, zegt Bas vol overtuiging. Dat waren al zijn eerste woorden nadat hij nog de wind van de Koningsrit in zijn haren had, en dat zijn zijn woorden nog steeds. “Ze heeft zó’n goed karakter. Donmerries zoals zij – Don is een paardenras – staan bekend als de moeilijkste paarden, maar als ze je vertrouwen gaan ze voor je door het vuur. En dat heeft ze gedaan!”

Trots dus, dat is wat Bas voelt bij het Koningsschap. Pure trots op de uitzonderlijke prestatie van Coco, en ook wel een beetje op zichzelf. Net als vele anderen trouwens. “Vlak voor de Koningsrit kwam Joey (Arts), samen met Michael (Beenen) mijn teamgenoten, naar mijn toe. Zij zijn beide nooit koning geworden, helaas. Joey kwam dus naar mij toe en zei: “Win hem. Win hem voor mij!”. Dat hij dat zo zei, dat voelde zó speciaal!” En Bas moest de Metworst ook al winnen voor zijn oma. Dat was de belofte. “Helaas had ze kanker. Geen heel heftige vorm, maar ze had het wel. De afspraak die we samen hadden gemaakt was dat zij de kanker zou bestrijden en ik de Metworst zou winnen. Dat het beide gelukt is, dat vind ik ook zó speciaal!”

‘Niet te beschrijven’
De Metworstkoning concludeert dat het winnen van deze eeuwenoude Boxmeerse traditie iets bijzonders is. Het is een door adrenaline gevoede ontlading van blijdschap, trots en veel meer emoties. Hoe het dat winnen nou precies voelt? Dat blijft “niet te beschrijven”, maar speciaal is het zeker. Zó speciaal, “dat ik nog zo vaak mee wil doen als mogelijk. Absoluut!”