
Wat gaat er gebeuren met de Maaslijn? ‘Deze spoorlijn is vanaf 2028 een prima alternatief voor de auto’
Verkeer en vervoerBLERICK | De Maaslijn wordt de komende drie jaar onder handen genomen. Wie in 2028 per trein van Nijmegen naar Roermond reist, doet daar een aantal minuten korter over dan nu. Welke verbeteringen en vernieuwingen worden doorgevoerd op de Maaslijn? Nieuwsblad De Maas Driehoek sprak erover met projectleider Christiaan Caan van ProRail en project director Patrick Hoeflaken van Swietelsky Rail Benelux.
Door Martijn Schwillens
Dagelijks reizen 22.000 forenzen, studenten en dagjesmensen met de trein tussen Roermond en Nijmegen en vice versa. De provinciën Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, negen gemeenten en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besloten enkele jaren geleden dat de in 1883 geopende Maaslijn een upgrade verdient. In concreto: meer dubbelspoor en een volledig geëlektrificeerde spoorlijn. “De opwaardering van de Maaslijn is drieledig”, vertelt Caan. “De belangrijkste twee redenen zijn een duurzaam vervoersproduct en een robuustere dienstregeling. Maar nu we toch aan de slag gaan, nemen we ook meteen de wensen van gemeenten en andere belanghebbenden mee.”
Als Caan spreekt over duurzaam, dan doelt hij in eerste instantie op het type treinen. “Er rijden nu dieseltreinen. Dat is een verouderd vervoersproduct. Er komen elektrische treinen, die zijn een stuk schoner en ze zijn ook nog eens sneller”, aldus de leider van het project, dat inmiddels is gestart en in december 2027 moet worden afgerond. Nog belangrijker voor reizigers is een robuustere (‘en dus betere’) dienstregeling, weet hij. “Reizigers missen nu hun overstap in Nijmegen en Roermond door vertragingen, storingen of een te korte overstaptijd. Doordat het spoor op veel plekken wordt verdubbeld, zijn treinen minder afhankelijk van elkaar – wat uiteindelijk leidt tot minder vertragingen. Bovendien gaat de maximum snelheid van de treinen omhoog (van 120 naar 140 kilometer per uur), waardoor treinen eerder arriveren in Nijmegen en Roermond. In de huidige situatie moet je altijd rennen in Nijmegen of Roermond voor je overstap. Straks heb je met gemiddeld vier-en-een-halve minuut extra altijd een fatsoenlijke overstaptijd. Zeker als je aankomt op spoor 35 in Nijmegen en je moet vertrekken vanaf spoor 4.”
Het derde aspect van de opwaardering is het naar voren halen van verbeteringen en investeringen. “Denk aan vernieuwingen aan het baanvak, nieuwe dwarsliggers, een opknapbeurt van een station of aanpassing van een hellingbaan. Maar ook specifieke verzoeken vanuit gemeenten worden vervroegd doorgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan de aanpassing van de overweg bij de Witte Venneweg tussen Venray en Vierlingsbeek, de overgang bij de Stationsstraat in Boxmeer of verbreding van het viaduct van de Heumensebaan bij Molenhoek. Dat zijn kleine deelprojecten die normaliter op zichzelf hadden gestaan, maar nu worden geïntegreerd in het gehele project.”
Straks heb je met gemiddeld vier-en-een-halve minuut extra altijd een fatsoenlijke overstaptijd. Zeker als je aankomt op spoor 35 in Nijmegen en je moet vertrekken vanaf spoor 4
Vier grote stappen
De opwaardering van de Maaslijn-Noord (het gedeelte ten noorden van Venlo) is een project dat ‘in vier grote stappen’ wordt uitgevoerd. “We beginnen met het tracé tussen Nijmegen en Cuijk, daarna volgen Venray-Venlo en Venray-Boxmeer. Op het totale stuk tussen Nijmegen en Roermond worden twintig overwegen aangepast, met nieuwe Andreas-kruizen en (file)signalering. De bogen in de bochten worden wat ruimer gemaakt en een deel van het traject krijgt dubbelspoor. Bij Cuijk gaat het om 1.500 meter extra spoor naast het bestaande spoor en bij Boxmeer om 500 meter. Verder worden delen van de spoorlijn vernieuwd en over de volledige lengte geëlektrificeerd. Dat betekent ook nieuwe dwarsliggers, spoorstaven en ballast (stenen). Dit zorgt ervoor dat het comfort en de betrouwbaarheid omhoog gaan. De Maaslijn wordt vanaf eind 2027 een milieuvriendelijk en goed alternatief voor de auto”, onderstreept Caan. De Maaslijn is grotendeels enkelspoor. Op de plekken waar dat mogelijk is zal er gekozen worden voor spoorverdubbeling. “In totaal gaat het om tien kilometer spoor op het gehele traject. Cuijk en Boxmeer zijn al benoemd, maar bijvoorbeeld ook tussen Reuver en Swalmen zal er meer dubbelspoor komen. Dankzij die verdubbeling kunnen treinen in het geval van een vertraging alvast vertrekken en direct het enkelspoor op zodra de tegemoetkomende trein is gepasseerd. Hiermee kunnen vertragingen aanzienlijk worden verkort of zelfs helemaal worden ingelopen. Er zijn modellen voor om dat uit te rekenen en die zijn veelbelovend.”
Swietelsky Rail Benelux zal in opdracht van ProRail de werkzaamheden uitvoeren op het ruim 88 kilometer lange traject van de Maaslijn. De eerste werkzaamheden aan Maaslijn hebben inmiddels al plaatsgevonden. Zo is onlangs het talud tussen de spoorwegovergang aan de Galberg in Cuijk en de Maasbrug bij Katwijk aangepast en verstevigd. “Er moeten kabels en leidingen worden getrokken en elektriciteitspalen worden geplaatst. De baan moet stabieler worden gemaakt. Een elektrische trein is niet alleen sneller dan een dieseltrein maar ook wat zwaarder. Dat betekent meer trillingen op het spoor. Op basis van een geotechnische berekening weet je wat de belasting van het spoor, bochten, wissels en talud is. Bepaalde bochten worden wat ruimer gemaakt en wissels worden aangepast, zodat de trein zijn snelheid kan vasthouden”, legt Hoeflaken uit.
Buitendienststelling
Vanwege de werkzaamheden aan het spoor krijgt de Maaslijn te maken met ruim zestig buitendienststellingen tussen nu en het vierde kwartaal van 2027. Hoeflaken: “De taludwerkzaamheden bij Katwijk hebben we kunnen uitvoeren zonder het treinverkeer stil te leggen. Zo beperken we de overlast. Maar de komende 2,5 jaar zal er af en toe sprake zijn van een buitendienstregeling. Het is natuurlijk niet mogelijk om het spoor te vervangen als er ondertussen nog treinen overheen moeten rijden.” Het gros van de werkzaamheden aan het spoor zullen overdag en in de avonduren plaatsvinden. “Mensen maar ook dieren die langs het spoor wonen, hebben rust nodig, dus werkzaamheden in de nacht zullen we echt tot een minimum beperken. Ook zullen we zoveel als mogelijk de korte buitendienststellingen in het weekend inplannen. Maar we ontkomen er niet aan om ook enkele periodes het spoor er langere tijd uit te gooien.”
![]()
De werkzaamheden aan de Maaslijn bij Cuijk zijn inmiddels al gestart. - Foto: Martijn Schwillens
De eerste buitendienststelling is tussen 31 mei en 2 juni, als er aan het spoor wordt gewerkt tussen Nijmegen en Venray. Met name in 2026 volgen meerdere buitendienststellingen op gedeelten van het tracé tussen Nijmegen en Venlo van respectievelijk negen of dertig dagen. Deze werkzaamheden aan het spoor worden voor 99 procent geautomatiseerd uitgevoerd. “Dat gebeurt door middel van een werktrein. In de praktijk is dat een rijdende fabriek met een lengte van 500 meter. Bestaand spoor wordt losgemaakt, de dwarsliggers worden eruit gehaald, net als de ballast. Vervolgens worden nieuwe spoorstaven en dwarsliggers en nieuwe ballast neergelegd. Dit gebeurt automatisch, met een gemiddelde snelheid van 200 meter per uur en twee kilometer per dag. Zulke werkzaamheden zorgen voor wat geluidshinder, dus daarom kiezen we ervoor om elke dag rond 22.00 uur te eindigen”, verzekert Hoeflaken. Caan vult aan: “De Maaslijn is een unieke spoorlijn, want de mensen worden dicht op het spoor. Als je in de trein zit, passeer je de huizen en de mensen. Daarom plannen we in het ritme van buiten de nachten. Trouwens ook om het eigen personeel rust te geven. Het zwaartepunt van de werkzaamheden ligt altijd overdag.”
Omdat de Maaslijn volledig wordt geëlektrificeerd, zullen in totaal negen onderstations (transformatorhuisjes) worden neergezet. Caan: “Deze onderstations voorzien de spoorlijn van stroom. Op de bovenleiding komt 1.500 volt te staan en sommige installaties op het spoor, zoals seinen en wissels, gebruiken 400 volt. Om die op een stabiele wijze van stroom te kunnen voorzien, heb je onderstations nodig, die we zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze willen laten opgaan in de omgeving.”
‘Midden in de dierentuin‘
Een complicerende factor voor de opwaardering van de Maaslijn is het feit dat er 22 beschermende diersoorten hun habitat hebben in de nabijheid van het spoor. “We spreken met een grap wel eens over het realiseren van een spoorlijn midden in de dierentuin van Nederland. Dassen, roofvogels, bevers, maar bijvoorbeeld ook konijnen en het vliegend hert zijn beschermde soorten”, zegt Caan. Hoeflaken stelt: “Flora en fauna vergen anderhalf jaar aan voorbereidende werkzaamheden en planningen, want je hebt te maken met het vogelbroedseizoen, het paarseizoen, het wildseizoen, de winterslaap van reptielen en hagedissen en het feit dat bepaalde bomen niet gekapt mogen worden in een bepaalde periode van het jaar. Ook is er een beschermende vlindersoort waarvan we de eitjes letterlijk met een klein schaartje van de eikenbomen hebben geschraapt en elders hebben teruggeplaatst. Overal langs de Maaslijn kom je ecologie tegen. De planning van de werkzaamheden zijn voor een groot deels dus afhankelijk van de flora en fauna naast de Maaslijn. Voor de planning is nauw samengewerkt met verschillende ecologen.”
Vanwege de uitbreiding van de spoorlijn worden ook bestaande sloten en greppels onder handen genomen. “Er zijn gelukkig geen bruggen die verbreed moeten worden, maar er zijn wel enkele tunnelbuizen (waar beken en sloten doorheen stromen) die verlengd moeten worden. De grootste aanpassing is de watergang van de Sambeekse Uitwatering, die bij Sambeek onder de Maaslijn stroomt.”
Kosten: bijna 400 miljoen euro
In de aanloop naar de opwaardering konden gemeenten, provinciën en andere stakeholders hun wensen deponeren. Zo werd in het verleden gesproken over een extra station op Green Park Venlo, heropening van station Grubbenvorst of een nieuwe halte bij de Cuijkse wijk Heeswijkse Kampen. “Onlangs hadden we alle wethouders op bezoek uit de gemeenten waar de Maaslijn doorheen loopt. Die wilden bijna allemaal nieuwe stations in hun gemeente. Maar de opwaardering is mede bedoeld om treinen sneller en korter te laten rijden. Het effect van de extra overstaptijd ben je kwijt als je op de lijn één of twee stations meer zou realiseren”, weet Caan. De totale kosten van de Maaslijn bedragen net wat minder dan 400 miljoen euro. “De opwaardering kost bijna 360 miljoen, dat is inclusief voorbereidingen. Daar komen dan de aanvullende werkzaamheden en wat inflatie bij, waardoor het kostenplaatje net onder de vierhonderd miljoen zal blijven.”
Wie op de hoogte wil blijven van de werkzaamheden aan de Maaslijn kan zich inschrijven voor de nieuwsbrief of de speciale Bouwapp downloaden. Ook op de website van ProRail (www.prorail.nl/projecten/Maaslijn) is meer informatie te vinden. “Verder zullen we regelmatig bewonersavonden organiseren en versturen we bewonersbrieven aan aanwonenden”, besluit Hoeflaken.
Maaslijn
De Maaslijn werd al in 1883 geopend. De spoorlijn tussen Nijmegen en Roermond kent een tracé van bijna 88 kilometer lengte, met onder meer stations in Mook-Molenhoek, Cuijk, Boxmeer en Vierlingsbeek. Vanaf 2028 zal de spoorlijn volledig zijn geëlektrificeerd en ook meer dubbelspoor kennen. Doordat de maximum snelheid op de lijn van 120 naar 140 kilometer per uur gaat, zal de reistijd tussen Nijmegen en Roermond v.v met circa negen minuten worden ingekort. De opwaardering is ook noodzaak. Jaarlijks maken acht miljoen reizigers gebruik van de Maaslijn (22.000 per dag), die de afgelopen twintig jaar enorm aan populariteit heeft gewonnen. Ter vergelijking: in 2005 maakten 4,3 miljoen reizigers (11.800 per dag) gebruik van deze spoorlijn.