Verkeersdrukte in centrum Boxmeer: het is tegenwoordig meer regel dan uitzondering.
Verkeersdrukte in centrum Boxmeer: het is tegenwoordig meer regel dan uitzondering.

Gecombineerd plan tegen Boxmeerse verkeersdrukte

BOXMEER | Gaat er ooit nog een einde komen aan de toenemende verkeersdrukte in Boxmeer? Gemeente Land van Cuijk is druk zoekende naar een oplossing. Die lijkt nu te zijn gevonden in een gecombineerd plan, bestaande uit verbeterde doorstroming in het centrum en een randweg langs de kern. Deze laatste zou hoofdzakelijk voeren over bestaande wegen.

In oktober 2024 maakte wethouder Antoinette Maas al bekend dat er twee denkrichtingen waren die oplossingen zouden kunnen bieden, gebaseerd op onderzoek van Goudappels. Deze denkwijzen behelsden verbetering van de doorstroming door geoptimaliseerde inrichting van de infrastructuur met bijvoorbeeld turborotondes en verkeerslichten, of een randweg langs het westen van Boxmeer.
Vervolgens is de gemeente een verkennend participatietraject gestart waarbij inwoners, dorpsraden en andere betrokkenen zijn meegenomen. Samen met een deskundige analyse van de ruimtelijke, fysieke, procedurele, financiële en milieuaspecten zijn alle zorgen, ideeën en vragen van de betrokkenen meegenomen in een zogenaamde QuickScan, opgezet door adviesbureau Haskoning. Hieruit zijn effecten, belemmeringen en haalbaarheid van de denkrichtingen inzichtelijk gemaakt, gecombineerd met de suggesties en het draagvlak van alle betrokkenen. Belangrijkste conclusie: kiezen voor beide denkrichtingen is het beste!

De randweg kan een oplossing bieden door het verkeer uit het centrum te houden. Echter, deze denkrichting kost veel tijd om te realiseren. Naar schatting tenminste vijf tot tien jaar. Daarnaast kost deze optie enkele tientallen miljoenen.
Om op korte termijn de drukte in Boxmeer te beperken, terwijl deze eventuele randweg zou worden aangelegd, zou daarom optimalisatie van de doorstroming een snelle en relatief goedkope (circa 5 miljoen) oplossing zijn om het dorp alvast wat te ontlasten. Deze "relatief beperkte fysieke ingrepen”, zouden voor 2030 gerealiseerd kunnen zijn.

Lees meer op pagina 3.