Koos.
Koos. Foto: De Maas Driehoek
COLUMN

‘Met al die leuke diertjes hebben we al veel ellende op onze hals gehaald’

Column

Mijn geboorte en jeugd op de boerderij heeft me geen tomeloze dierenliefde gebracht. Dat wil zeggen: ik heb een vrij helder beeld van waar we al die geur- en haren verspreiders moeten laten. Zoveel mogelijk in hun natuurlijke omgeving, in ieder geval buitenshuis. Dus de koe in stal of wei, olifanten, leeuwen etc. in hele grote natuurgebieden. Dus zeker niet in een dierentuin, net zo min als dat de kat in huis zou mogen. Die moet buiten op muizen jagen. Daar heeft ze gezelschap van de hond. De meest goedwillenden onder ons timmeren nog wel een hok voor hen, voor de koude nachten. Maar laat ze het niet wagen ons huis binnen te sluipen.

We hebben ons in de loop der eeuwen heel wat ellende op de hals gehaald met het omarmen van alle mogelijke viervoeters. Soms is het even leuk. Bijvoorbeeld op een paard gaan zitten en hem dan heel hard laten rennen. Maar dat is het dan ook wel zo’n beetje.

Met regelmaat horen we over exoten die knagen aan van alles en nog wat. Omdat ze beschermd zijn, moeten we ze hun gang laten gaan. Jammer van die bruggen, wegen en spoorwegen die onbetrouwbaar worden. Denk bijvoorbeeld aan de bever, de wolf, de das.

De nieuwste topper is de wasbeer. Ook die werd hier ooit naar toe gehaald omdat die zo lief en aaibaar is. Maar geloof me, het is een kreng, of geloof liever bioloog Maurice La Haye. Zo’n twee keer per maand worden ze ergens gezien in Noord-Limburg of het Land van Cuijk. Volgens kenner Maurice La Haye houden ze huis in keukens of op zolder. Ze kunnen binnenkomen via het kattenluikje. “Daar eten ze het kattenvoer op, maar nog veel meer. Ze kunnen de koelkast opentrekken en ook je hele kantoor overhoop halen. Tuinvijvers worden leeggevist. Buiten halen ze de afvalbak leeg.”

Het moet niet gekker worden. De wolf is vergeleken met deze onruststoker een welopgevoed dier.

Natuurlijk mogen we nou niet meteen die exoten overal de schuld van geven. Als straks weer eens mijn kantoortje overhoop is gehaald, moeten de kleinkinderen er niet mee aan komen zetten dat het wel een wasbeer zal zijn geweest.

Want u begrijpt ook wel: in geen enkele deur van ons huis zit een kattenluikje.

Koos