Boven: boerderij in Morlac, de tweede woning in Frankrijk. Midden, v.l.n.r.: De woning bij Arnac La Poste, 120 km ten zuiden van Morlac; Fons en Anita, bij Azat-le-Ris, waar ze nu ook wonen; Voor een café in Meillant, met Fransen en mensen uit Sint Tunnis. Onder: opnieuw Morlac (links) en (rechts)
Boven: boerderij in Morlac, de tweede woning in Frankrijk. Midden, v.l.n.r.: De woning bij Arnac La Poste, 120 km ten zuiden van Morlac; Fons en Anita, bij Azat-le-Ris, waar ze nu ook wonen; Voor een café in Meillant, met Fransen en mensen uit Sint Tunnis. Onder: opnieuw Morlac (links) en (rechts) "ons eerste huis in Meillant.".

'Het ‘Franse uurtje’ is wel een ding'

FRANKRIJK / WANROIJ | ‘T'inquiète', vrij vertaald betekent het ‘Maak je geen zorgen, het komt wel'. Deze Franse uitdrukking prijkt als titel op het aanstaande boek van Fons Hendriks. De van oorsprong Wanroijnaar is in de jaren '80 verhuisd van Brabant naar Meillant, zo'n 300 kilometer ten zuiden van Parijs. Een emigratie die heel wat voeten in de aarde heeft gehad...

Door Mans Pere

Fons weet het nog goed. Al toen hij nog maar een menneke was had vader een abonnement op een Frans tijdschrift over het boerenleven. Die foto’s van weides, graanvelden en hooibalen zo ver het oog rijkt: die eindeloosheid wist Fons’ vader eindeloos te fascineren. “En zijn vader had datzelfde met Mexico”, lacht Fons. Een innerlijke drang om Nederland te verlaten, die was er dus altijd al binnen de Hendriksen. Fons’ vader en een schoonbroer waren dan ook danig vaak boerderijen bezichtigen ín l’Hexagone, “het gerucht ging zelfs dat Fons’ schoonbroer ieder weekend in de gevangenis moest. Dat was in die tijd, omdat mijn vader en mijn schoonbroer ieder weekend op jacht waren in de hoop een mooie slag te slaan in Frankrijk," legt Fons uit. “En dat gerucht is helaas nooit meer ontkracht”.

Hoewel de mannen er vaak waren, zijn vader en grootvader zijn nooit daadwerkelijk naar Frankrijk verhuisd. Dat komt wel?

Meillant
Toen de schoonbroer broer van Fons in Meillant een grote boerderij wilde kopen, zag de Wanroijnaar dit ook wel zitten. Wat volgde was roerige tijd, een klassiek ‘Ik vertrek’-verhaal. “Er moest een hoop gebeuren, waaronder de bouw van een grote nieuwe stal. Maar, daar ging heel veel bij mis!”. Zo zou de aannemer weinig ervaring hebben, waardoor er veel steken werden laten vallen. “Het cement was bijvoorbeeld één op drie gemixt, in plaats van één op tien. Het was veel te zacht! En kleppen in de stal gingen niet open, maar juist dicht.” Door alle fouten en tumult verloor Fons ook zijn pink. De rechter moest er aan te pas komen om de inmiddels tot conflict uitgelopen zaak te beslechten. “Dat heeft zestien jaar geduurd!”, zegt Fons. “En heel behulpzaam waren de Fransen toen niet. Als je in Nederland naar een gemeente of rechtbank belt word je netjes te woord gestaan. In die tijd werd in de Frankrijk de telefoon opgenomen met een snauwende ‘Oui’ of ‘Quoi !”

Terug naar Nederland
Dat hele gedoe, en de lichamelijke klachten die daaruit voortkwamen, mede door stress, brachten Fons en Anita terug naar Nederland. In Den Haag kon Fons een baan krijgen op de ambassade, als adviseur in de agrarische handel met Frankrijk. “Maar dat beviel niet. Ik ben gewend hard te werken, maar daar hoefde ik weinig te doen. Mijn hulp was niet nodig, dus ik zat alleen maar uit de neus te eten. En op een gegeven moment is de neus leeg.” Hij stopte, en schreef zich in bij een uitzendbureau in Venray. Dat leverde heel wat klusjes op, bijvoorbeeld in een inblikfabriek voor champignons en bij een rozenkwekerij. Het bracht geld op, maar geen geluk. “Toen ik voor een opdracht een keer weer op een tractor zat, merkte ik pas dat ik me daarop weer écht thuis voelde.” Ook de heimwee naar Frankrijk groeide, en leidde uiteindelijk tot terugverhuizen.

Opnieuw naar Frankrijk
“We gingen in een boerderij wonen in Midden-Frankrijk. Dat was een huurboerderij, maar daar werd ik gek van de controles van de EU. Soms kwamen ze wel iedere week langs. Dan waren de oormerken van de koeien niet zichtbaar genoeg, dan was het weer iets anders. Het was verschrikkelijk!” Nadat Fons ook nog in een (juridisch) conflict kwam met de eigenaresse van het perceel, was hij het allemaal “zo zat”, dat hij en Anita hun biezen pakten en 120 km verder naar het zuiden een boerenbedrijf kopen. Negen jaar verbleven ze hier en maakten veel vrienden. Fons werd zelfs peetvader van Léa, een kleindochter van de buren. Maar, ook hier weer controle op controle, en na negen jaar waren Anita en Fons het weer spuugzat. Ze vertrokken naar de volgende boerderij.

Klein Siberië
Tussen Carcasonne en Toulouse leek het “paradijs” te zijn gevonden, met Zuid-Franse temperaturen en uitzicht op de Pyreneeën. Niets bleek minder waar, want dit gebied is berucht om de Tramontana-wind. Enorme windsnelheden en koude temperaturen, soms slechts 6 graden in midden juli, hebben het gebied waarin Fons’ nieuwe woonplaats ligt, Castelnaudry, de naam ‘klein Siberië’ opgeleverd. “Het was verschrikkelijk!”, blikt Fons terug. “We hadden een grote en best wel dure woning, maar zijn op een gegeven moment op de gang gaan slapen om dat we daar het minste hoorden van de wind!”. Twee jaar hield het paar het vol daar, om uiteindelijk toch terug te gaan naar het noorden. De woning werd verkocht, wat opnieuw weer de nodige juridische ellende opleverde. “Je hebt goede mensen, en je hebt slechte mensen. En het lijkt er op dat die laatste groep al snel mensen uit het buitenland als doelwit te hebben. Dat is volgens mij niet iets Frans, dat zal ik Nederland ook wel zo zijn. Maar, het is wel typisch!”


Terug naar Limousin
Terug in de Limousin kwam alles ondanks de vele zorgen uiteindelijk toch goed. Tussen Limoges en Poitiers vonden Fons en Anita een ruime boerderij die voldeed aan alle wensen, en uiteindelijk kwam hier geen juridisch gedoe bij. Nu nog woont het paar hier tevreden. Die eindeloosheid, de rust en ruimte: het is dagelijks genieten voor het paar. 'La belle vie'? "Absoluut!", vindt Fons.

T'inquiète
Heimwee naar Nederland? Absoluut niet. "Hier hebben we de ruimte”, zegt Fons nogmaals. "We hebben onze draai gevonden en mensen hebben ons ook geaccepteerd. Ik kan maar één ding bedenken wat ik van Nederland mis. In Brabant kon je gewoon bij mensen binnen lopen en een potje bier drinken. Dat is hier niet het geval. De deuren zijn dicht en je moet met mensen iets afspreken.” Dat laatste levert meteen weer nieuwe frustratie op, want zolang een afspraak niet écht wordt afgezegd, staat ie gewoon. "Maar, dan kan het maar zo zijn dat mensen veel laten komen dan dat je hebt afgesproken. Het ‘Franse uurtje' is wel een ding”. Oftewel: 'T'inquiète'. Hoewel dat tegenwoordig niet zo erg is als in de jaren '80, blijft het iets waar Fons en Anita maar niet aan kunnen wennen. "We zijn er mee bekend en houden er rekening mee. Je probeert niet te denken als een Nederlander, maar het went nooit.”

Het huis bij Castelnaudary
Fons en Anita, bij Azat-le-Ris.
De woning bij Morlac
Meillant, de eerste boerderij
Voor een café in Meillant, met Fransen en Jeudi uit Sint Tunnis
De woning bij Morlac
De woning bij Morlac
Station Morlac. Hier in de buurt hebben we vier maanden gewoond
De woning bij Morlac
Inarnac La Poste, onze derde boerderij
Montauriol, bij Castelnaudary
Het huis bij Castelnaudary