Frans Meeuws (l) en Leon Hermsen van Stichting Cultureel Erfgoed Ottersum bij het Johannesbeeld.
Frans Meeuws (l) en Leon Hermsen van Stichting Cultureel Erfgoed Ottersum bij het Johannesbeeld. Foto: Jos Gröniger

Johannesbeeld is onverwacht kopstuk in Ottersumse kerk

Kunst en cultuur

OTTERSUM | Het lijkt op een story uit een jongensboek, maar het verhaal van het Johannesbeeld uit de Ottersumse Sint Johannes de Doper is waar gebeurd. Het houtsnijwerk van de Heilige Johannes heeft vanaf begin jaren dertig van de vorige eeuw op twee plaatsen in de Ottersumse kerk gehangen. Het beeld is echter al veel langer in Ottersum. In de negentiende eeuw werd het Johannesbeeld geschonken. Sinds enkele jaren wordt het beeld veilig opgeborgen in de kluis. Daar blijft het beeld, tot het moment dat de Johannes verhuist naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht waar het een plaats krijgt in de kunstcollectie van het Bisschoppelijk museum. Ottersummers Leon Hermsen en Frans Meeuws van de Stichting Cultureel Erfgoed Ottersum vertellen open over de ontdekking van een uniek, waardevol beeld van de ‘Meester van Elsloo’. 

Door Jos Gröniger

Onderzoek door gerenommeerde kunstkenners heeft uitgewezen dat het Johannesbeeld veel kenmerken vertoont van de Meester van Elsloo, het collectief van laatmiddeleeuwse beeldensnijders uit Opper-Gelre (het huidige Midden- en Noord-Limburg).

Overeenkomsten
De kunstenaars van Meester van Elsloo signeerden hun werken niet, en ook de ‘Ottersumse’ Johannes is niet gesigneerd. Dat is één gelijkenis, maar niet de meest belangrijke. De overeenkomsten zitten in het gedetailleerde houtsnijwerk. Dat is de conclusie na onderzoeken van antiquairs en kunstexperts Remco van Leeuwen uit Eindhoven en Peter te Poel, de voormalig directeur van het Bonnefantenmuseum Maastricht, en huidig adviseur voor de kunstcollecties van het Bisdom.

Aan roestige spijker
Aan die constatering ging een lange weg vooraf. Het was emeritus pastoor Bert Paquay die ontdekte dat het beeld dat dicht bij het Maria-altaar in de kerk met een roestige spijker aan een pilaar bevestigd was, bijzonder was. Een onopvallend kartonnetje aan de achterzijde van het beeld zette de pastoor en de vrijwilligers aan het denken. ‘Dezen kop niet verkopen (hierachter zit Oorkonde)’ luidde de tekst die een van Paquays voorgangers Van der Laar erop schreef. “We besloten het beeld in 2018 na de orgelrestauratie in een vitrinekastje in de Lambertuskapel in de kerk op te hangen”, zegt Frans Meeuws, “Het beeld was te kostbaar om zo in de onbemande kerk te laten hangen.”

In de kofferbak
Stichting Cultureel Erfgoed Ottersum ging (met toestemming van het kerkbestuur) op zoek naar de oorsprong van het Johannesbeeld. De zoektocht startte bijna bij de opnames van het tv-programma Tussen Kunst en Kitsch. “We besloten het niet te doen om niet meteen in de publiciteit te komen’, zegt Leon Hermsen, “Maar we benaderden Remco van Leeuwen. die in het programma de aangeboden voorwerpen beoordeelt, persoonlijk. Hij geldt als autoriteit op het gebied van houtsnijwerk uit de periode waarin het Johannesbeeld is gemaakt. Van Leeuwen heeft in Eindhoven een eigen zaak.”
Met de in dekens gewikkelde Johannes in de kofferbak reed de delegatie van Cultureel Erfgoed Ottersum in 2024 naar de Brabantse Lichtstad. Een naïeve manier van transporteren, zo leerden de Ottersummers snel. Hermsen: “Van Leeuwen werd direct onrustig en reageerde verrukt. We hadden blijkbaar een uniek exemplaar bij ons. ‘Mijn vader heeft er ooit één in handen gehad’, vertelde hij. Van Leeuwen schatte dat het beeld vroeg zestiende-eeuws moet zijn geweest. Het moest een houtsnijwerk van de Meester van Elsloo zijn. Hij vertelde ook dat de waarde tussen de veertig- en vijftigduizend euro lag.”

Expert Remco van Leeuwen werd direct onrustig en reageerde verrukt. We hadden blijkbaar een uniek exemplaar bij ons

 Zoektocht
Terwijl Van Leeuwen research deed, gingen Hermsen en Meeuws c.s. ook zelf op zoek naar de oorsprong. Via het museum in de Duitse stad Kleve kwamen zij in contact met Peter te Poel, de oud-directeur van het Bonnefantenmuseum die nu adviseur bij het Bisdom is. “Peter te Poel kwam naar Ottersum en beoordeelde het beeld”, zegt Meeuws, “Hij was lyrisch en concludeerde dat het een werk van de Meester van Elsloo was. Hij vertelde dat de verzekerde waarde tachtigduizend euro was. Dat was nog meer dan de waarde die Van Leeuwen het toedichtte.” Meeuws vertelt dat de verzekerde waarde het bedrag is dat uitgekeerd wordt bij bijvoorbeeld vernietiging door brand. De marktwaarde ligt waarschijnlijk veel hoger. “Maar het is de vraag of het verkoopbaar is. Voor kerkkunst is geen markt zoals andere kunst.”

In bruikleen
Het Johannesbeeld, een houtsnijwerk met een eikenhouten bord met het hoofd van Johannes uit één stuk, kwam in verzekerde bewaring. “We besloten dat het beeld met zo’n grote waarde niet in een lege kerk kon hangen. We hebben het opgeborgen in de kluis”, zegt Meeuws, “We hebben het in de dezelfde periode ook laten conserveren.”
Na overleg tussen Cultureel Erfgoed Ottersum en het kerkbestuur is besloten dat Johannes een betere plek verdient en zichtbaar wordt voor een groot publiek. “Het beeld wordt in bruikleen gegeven aan het Bonnefantenmuseum waar het een plaats krijgt in de collectie van het Bisschoppelijk museum”, zegt Meeuws, “De overeenkomsten zijn getekend.”
Wanneer het Johannesbeeld daadwerkelijk te bewonderen is, weten Meeuws en Hermsen nog niet. “Maar als het te zien is, gaat een Ottersumse afvaardiging zeker kijken, en we proosten op de toekomst van dit bijzondere beeld.”

Reis
Vandaag (dinsdag 19 mei) is het Johannesbeeld aan een nieuwe reis begonnen. Zorgvuldig verpakt is het beeld naar Maastricht gebracht. Over de reis naar Ottersum is minder bekend. Meeuws vertelt: “Het vermoeden is dat het beeld in de vorige parochiekerk was vergroot, geschonken is. Toen de verbouwde Lambertuskerk, die op het huidige kerkhof stond, in 1844 opnieuw werd ingewijd, werd de parochie Sint-Lambertus omgedoopt tot Heilige Johannes de Doper. Destijds was Johannes Paredis bisschop. Verteld wordt dat hij het Johannesbeeld schonk aan de toenmalige pastoor Johannes van Berkel. Maar zeker is dat niet.”

‘Verkoop dezen kop niet’
De oorkonde waarnaar de opmerking op het kartonnetje verwijst toont aan dat eind jaren dertig al belangstelling voor het beeld bestond. Antiquair Krijnen uit Nijmegen zou pastoor Van Laar in die jaren diverse malen bezocht hebben en een bod uitgebracht hebben. Dat de Nijmegenaar zeer geïnteresseerd was blijkt uit de stijgende prijs die Van Laar noemt in de oorkonde. De biedingen liepen van 25 gulden (circa 12,50 euro) in vijf keer op naar 250 gulden. In 1940 volgde herhaald een bod van duizend gulden. Van Laar bleef onverbiddelijk en verkocht niet. Zijn opvolgers verzocht hij ‘gelieve dezen kop niet te verkopen’.

Als het beeld straks in het Bonnefanten-museum te zien is, gaat een Ottersumse afvaardiging zeker kijken, en zal proosten op de toekomst van dit bijzondere beeld.

Het Johannesbeeld en de wijze raad van pastoor Van Laar.
Aan deze pilaar hing het beeld vele decennia aan een roestige spijker.
Het kartonnetje met daarachter gestoken het advies van pastoor Van Laar.