
‘Als het gras twee kontjes hoog is’
Column 1.123 keer gelezenOp een mooie zondagochtend wandelde ik op landgoed Tongelaar in Mill, eigendom van het Brabants Landschap en vorig jaar uitgeroepen tot het nieuwste Icoonlandschap van Nederland. Deze betekenisvolle toekenning ervaarde ik, terwijl ik al mijmerend liep in een laan met majestueuze eiken. Plots hoorde ik de koekoek, die klonk als een echo uit mijn jeugd. Want de koekoek hoor je steeds minder. Het ontroerde me. Die migrant uit Afrika, die een hele reis maakt om met zijn roep uitgerekend in Mill een vrouwtjes-koekoek te verleiden en vervolgens een ei te laten leggen in een nest van een heggenmus of een graspieper. Die pleegouders moeten het vervolgens maar uitzoeken. Het ei komt na een kleine twee weken uit, wat sneller is dan de eieren van zijn meeste gastouders. Daardoor heeft dat koekoeksjong een voorsprong. Zodra het uit het ei kruipt, begint het de andere eieren uit het nest te duwen. Dat is zijn instinct. “Dè ge bedankt bent, dè wette”. De pleegouders maken vele vlieguren om de veelvraat te voeden. Dat moet met insecten en spinnen, want daar zitten de meeste eiwitten in voor deze snelle groeier. De gastgezinnen van de koekoek zijn dan ook overwegend insecten-eters.
Helaas loopt de insectenstand terug. Insecten houden van bloeiende planten – tussen het gras. En in het lange gras vinden die insecten en spinnen een mooie schuilplaats. Dat betekent: niet maaien of in ieder geval veel later.
Bij de oorzaken van de teruggang van de biodiversiteit, is het heel menselijk om te wijzen naar de ander. Doet me denken aan de uitspraak van de in 1963 vermoorde president van de Verenigde Staten John F. Kennedy: “Ask not what your country can do for you – ask what you can do for your country”. (vraag niet wat je land voor jou kan doen – vraag wat jij kunt doen voor je land)
Simpel, wat kunnen wij doen voor ons Land, het Land van Cuijk? Laat in je tuin in een overhoekje het gras hoog groeien en laat de bloemen tot bloei komen.
Halverwege de jaren zeventig klonk tijdens de carnavalsdagen het lied: “Als het gras twee kontjes hoog is…”. En als ik de koekoek hoor, dan meen ik te horen dat hij roept: “Mogen het er ook drie zijn?
Geert Verstegen, Milieuvereniging Land van Cuijk
![]()


















