
‘Zinloze waarschuwingen voor ons, van volwassenen met verstand’
Column 367 keer gelezenDie schippers van tegenwoordig hebben een onbezorgd bestaan. Ik zit op een bankje aan de Maas en zie ze voorbij glijden. Soms een man, soms een vrouw ligt ontspannen achter het grote stuurwiel. Om te weten hoe het achteraan op of bij het schip gaat, hoeven ze niet op te staan. Met een blik op de schermen overzien ze hun hele hebben en houden.
Hun voorouders hadden graag die gemakken gehad. Op hete dagen trokken we naar de Maas. We zwommen een eind het water op en wachtten tot we een volgeladen schip in het vizier kregen. Door het vele gewicht lag de rand van het schip maar net boven het water en konden we er op klimmen. Tot enorme ergernis van de schipper en zijn vrouw. Als die kwamen aangerend, doken we weer het water in. Dat dat water vuil was, daar hadden we geen boodschap aan. Net zo min als aan waarschuwingen van iedere volwassene die een beetje verstand had. Wij wisten heus wel dat je uit de buurt moest blijven van de enorme schoepen van de scheepsschroef aan de achterzijde.
We moesten wat met onze zomervakantie.
De verveling van toen borrelt weer op in mijn herinnering. Al moet ik zeggen dat met wielerrondes, wandelevenementen en niet te vergeten de kermis van Wanroij van afgelopen weekend velen zich inzetten om de verveling buiten de deur te houden.
Deze week, is het hoogtepunt van de stilte. Als ik de statistieken moet geloven, mis ik deze week meer dan tienduizend mensen uit mijn gemeente omdat ze op vakantie zijn. Ik meen het te merken aan de stilte in de winkelstraat. Een aan de komkommerliteratuur in de krant. Het zij zo, het is van alle tijden. Er is er eentje die klaagt dat het gras al misschien wel twee maanden niet is gemaaid op een kerkhof. (Waar trouwens al 17 jaar niemand meer is begraven.
Zo’n kerkhof wil ik straks ook. Een graf met hoog, wild gras er omheen, een klein beetje plat getrapt door kindervoetjes, omdat mijn kleindochter haar kinderen vertelde dat ze meende te weten waar hun overgrootvader en -moeder lagen. Ze zochten ons, in de wildernis, hoe vertederend. Niet maaien dat onkruid, wat een vrede. Ik zal me daar ondergronds voelen als die schipper met zijn voeten op het stuur.
Koos



















