
Vroeger… was alles beter; dat voel je aan je water
Column 137 keer gelezenDat vroeger alles beter vertellen vaak de mensen die de pensioenleeftijd hebben bereikt. Als je ouder wordt – en met een beetje geluk overkomt dat iedereen – wordt niet alleen je lijf strammer, maar soms ook je geest. Nu ons Land van Cuijk, net als heel Nederland, voor grote veranderingen staat, groeit de weerstand. En eerlijk gezegd zie ik die stramheid niet alleen bij ouderen, maar ook bij jongeren. Jongeren die spreken over tradities die in mijn jeugd nog helemaal niet bestonden. Het kan verkeren.
De veranderingen in ons landelijk gebied worden uiteindelijk afgedwongen door de natuur. Laat ik u iets verklappen: water loopt van boven naar beneden. Dat simpele gegeven staat voor de wetten van de natuur. De politiek kan soms besluiten dat water andersom moet stromen, maar laat ik u geruststellen: dat gebeurt niet.
En dan de actualiteit: de droogte. Al vele zomers op rij verdrogen we. Was dat vroeger beter? Dat oordeel laat ik graag aan u.
Vroeger hadden we de Peel: een enorm hoogveengebied, veel groter dan het kleine restant dat nu nog ligt op de grens van Brabant en Limburg. Die Peel werkte als een gigantische spons. In herfst en winter zoog het gebied zich vol water, en in lente en zomer gaf het dat langzaam af aan het Land van Cuijk. In de eerste helft van de vorige eeuw werd de Peel ontgonnen – ook door de Klotstèkers uit Wilbertoord – en zo ging het Land van Cuijk mee in de vaart der volkeren.
Maar door die ontginning kwam het water veel sneller onze kant op. Het land verzoop, en dus kwam er een nieuwe oplossing in de jaren 70-80: de ruilverkavelingen. Meanderende sloten werden rechtgetrokken, de Grote Beek werd het Defensiekanaal, en er kwam een Sambeekse uitwatering. De waterafvoer werd uitstekend geregeld. Maar daarmee ontstond wel een nieuw probleem: verdroging.
Sinds jaar en dag probeert waterschap Aa en Maas met stuwtjes het water vast te houden; immers een waterdruppel heeft geen haast. Maar je doet het nooit voor iedereen goed: waar de ene boer water kwijt wil, heeft de ander juist te veel. Want water loopt van boven naar beneden. Dat merkt ook de klagende boer aan de Lage Raam.
Hoe moet dat nou? Het waterschap moet ervoor zorgen dat op 1 februari de blubbertonnen weer het land op kunnen zonder dat ze wegzakken in de drasse bodem. Dat heeft de politiek zo besloten. Toch zit er maar één ding op: water vasthouden moet bovenaan beginnen. Daar bij Landhorst, Westerbeek en Overloon. Logisch toch?
Kunnen we zelf ook nog iets doen in het landelijk gebied? Zeker wel, laten we beginnen met het juiste gewas op de juiste plek. Dat betekent op de hoge gronden meer akkerbouw, en langs bijvoorbeeld de Lage Raam het grasland. Dat kan best wat water hebben. In vaktermen heet dat: “teelt volgt peil”.
Daarnaast moeten we de spons herstellen, want het is nu één groot vergiet. De Groote Peel terugbrengen lukt niet meer, en de Klotstèkers blijven voor altijd nostalgie. Maar we kunnen wél van onze bodem weer een levend organisme maken: een spons. Door jarenlang meer organisch materiaal toe te voegen, zoals stro. En natuurlijk hoort daar minder mest én minder kunstmest bij. Pas dan kan de grond het water veel langer vasthouden.
Uiteindelijk zal onze landbouw echt moeten veranderen, voor ons aller welzijn.
Was het vroeger beter? We kunnen er in ieder geval van leren.
Geert Verstegen, Milieuvereniging Land van Cuijk
![]()
Milieuvereniging Land van Cuijk



















