
Ton Kwant - Heijmans over hun winkel aan de Beerseweg
Algemeen 224 keer gelezenEerst iets over Ton: Velen kennen haar vanuit het maatschappelijk werk. Net na het behalen van haar MULO- diploma vroeg zuster Benilda haar om twee dagen in de week de kleuterklas over te nemen, in diezelfde tijd werd ze gevraagd welpenleidster te worden bij de scouting. Op beide verzoeken zei zij volmondig : “Ja”. Tot aan haar pensioen was zij werkzaam als vrijwilliger en bestuurslid bij de Stichting Welzijn Ouderen Cuijk (nu WOC).
Door Josje Goos en Lidwien Buné
Ton Kwant (1944) is geboren in Rosmalen. Zij verhuisde met haar ouders vlak na de oorlog naar Cuijk. Zij woonden eerst op de hoek van Beverse straat en Bontsestraat. Haar vader was werkzaam bij de meelhandel van Van Heeswijk, o.a. bestellingen wegbrengen, maar had de ambitie om snel met een eigen zaak te beginnen. Ton: “Pa kwam van een boerderij, thuis hadden ze negen kinderen, dus veel reuring. Hij hield ervan op pad te gaan en met iedereen te praten. Aan huis begon hij, in de huiskamer aan de voorkant, met een winkel met oliën, vetten en verfwaren.”
Kuikenbroederij
In de tuin begon haar vader met een kuikenbroederij. Die handel was vooral in de wintermaanden. Achter in de tuin stonden vier machines, elk voor 10.000 eieren. De eieren werden op rekken gelegd en regelmatig geroteerd. Na twee weken werden de rekken plat gelegd en kwamen de eieren uit.
Veel boerderijen wilden graag kuikentjes: de hennetjes voor de kippen in de ren die op hun beurt weer eieren legden, de haantjes als veevoer voor de varkens. Dat klinkt erg naar. Vóór het vervoer naar elders werden de kuikentjes door een gediplomeerd sekser op geslacht gesorteerd. Dat was een secuur werkje, het verschil in geslacht was alleen door een deskundige te zien. De haantjes hadden pech, zij konden geen eieren leggen. Zij werden op vriendelijke en deskundige manier pijnloos gedood en vervoerd naar de klant.
De handel
“Onze handel besloeg deels Noord-Brabant, deels Limburg, dus een groot gebied. Naast de oliën, vetten en verfwaren (deze handel was vooral in de zomermaanden) was onze zaak ook groothandel in bestrijdingsmiddelen voor land- en tuinbouw. Toentertijd was er nog geen plastic. Het gif werd in grote, zeer stevige papieren zakken verpakt. In de jaren vijftig werd er op dat gebied eigenlijk maar wat aangerommeld. De geur van die bestrijdingsmiddelen kwam natuurlijk door het papier heen en ging ook in onze kleding zitten. “
1953
De watersnoodramp van 1953 in Zeeland hakte er behoorlijk in. De kranten stonden er vol van en ook op de radio kwamen veel berichten. Hulpverleners kwamen naar het station voor de trein naar Zeeland.
Ton: “In datzelfde jaar verhuisde ons gezin (ik heb nog een zus en een broer) naar de Beerseweg, vanaf het spoor links vooraan. De winkel was aan de voorzijde, het woongedeelte was achter. Winkel en woning waren eigenlijk één. Ook omdat er altijd veel mensen over de vloer kwamen, was er weinig rust in huis.
De kuikenbroederij was in de lange tuin achter het huis. Het was daar, omdat daar altijd lampen brandden, heerlijk warm. Het was, zeker in de winter, fijn om daar je huiswerk te maken. Helemaal achter in de tuin was, zoals bij vele woningen, de moestuin.”
Ton helpt mee
Van jongs af aan is Ton veel bij hun, goedlopende, zaak betrokken geweest. Ton: “Vóórdat ik 18 jaar was, had ik al mijn rijbewijs gehaald en had dan ook meteen mijn eigen autootje. Handig, want daarmee kon ik helpen met het bezorgen van de bestellingen. Daarnaast deed ik ook de administratie. Mijn pa had een Chevrolet, zo’n lekker ouderwetse grote (en mooie) wagen met een zeer ruime kofferbak. Die kon goed dicht, waardoor je men aan de buitenkant niets van de lading zag en ook niets rook.
Pa deed het ‘buitenwerk’, en ma stond in de winkel tussen de oliën, vetten en verfwaren. Later kwam daar ook nog behang bij. Voor mijn moeder was het zeer geschikt om de winkel aan huis te runnen: huishouden én contact met anderen. Haar motto was: “Je hebt geen klanten, maar vrienden”.
Het huis heeft er nooit als winkel uitgezien, afgezien van het mooie emaillen bord tegen de voorgevel.
De zaak
“Toen mijn ouders op leeftijd kwamen, heeft mijn broer de zaak overgenomen. Mijn vader en moeder verhuisden naar de overkant van de Beerseweg, de zaak verhuisde naar het industrieterrein en mijn broer ging in het ouderlijk huis wonen. Pa is niet lang daarna gestorven. Mijn moeder heeft er nog lang gewoond.
Al met al kijk ik met plezier terug op de tijd dat we de winkel hadden.




















