
Elektrisch rijden in de regio: zo regel je een laadplek die bij jouw situatie past
Zakelijk-nieuws-landelijk 38 keer gelezenWie elektrisch rijdt of dat overweegt, laadt het gemakkelijkst op een vaste plek. In de praktijk zijn er drie opties:
- Thuis op eigen terrein
- Bij een publieke laadpaal in de straat
- Op het werk
Welke van die drie voor jou de beste is, hangt vooral af van waar je parkeert. In de Maas Driehoek zie je alle drie de varianten groeien, en voor elke variant gelden andere stappen.
Thuis laden als je een eigen oprit hebt
Heb je een eigen oprit of garage, dan is een laadpaal aan huis de meest praktische keuze. Je sluit de auto ‘s avonds aan en vertrekt ‘s ochtends met een volle accu, zonder dat je een publieke paal hoeft te zoeken of de kabel over de stoep hoeft te leggen.
Zelf sleutelen aan de meterkast is daarbij geen goed idee: een laadpaal vraagt om een aparte groep (een eigen zekering in de meterkast) en om een aansluiting die past bij het vermogen van je installatie. Dat werk laat je doen door een erkende installateur. Een gespecialiseerde aanbieder zoals Laadpunt plaatst laadpalen met eigen monteurs en legt na de oplevering uit hoe de laadpaal en de laadpas werken. Zo is de installatie veilig en weet je vanaf dag één hoe alles functioneert.
Geen eigen parkeerplek? Vraag een publieke laadpaal aan
Parkeer je op straat, dan kun je bij de meeste gemeenten een publieke laadpaal in de buurt aanvragen. De gemeente beoordeelt de aanvraag en kijkt daarbij onder meer naar bestaande palen in de omgeving. Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan komt er een laadpaal op een openbare parkeerplek die iedereen mag gebruiken.
Houd er rekening mee dat zo’n traject tijd kost, want vaak is er eerst een verkeersbesluit nodig, het formele besluit waarmee de gemeente de parkeerplek voor elektrisch laden reserveert. Dien de aanvraag daarom in zodra je weet dat je elektrisch gaat rijden, niet pas als de auto voor de deur staat. De Rijksoverheid werkt met gemeenten en netbeheerders samen om het aantal publieke laadpunten uit te breiden, juist omdat lang niet iedereen op eigen terrein kan laden.
Laden op het werk: van één paal naar een laadplein
Voor ondernemers in de regio wordt laden op de zaak steeds relevanter. Personeel rijdt vaker elektrisch en leaserijders verwachten dat ze op het werk kunnen laden. Ook bezoekers vragen er steeds vaker naar. Eén losse laadpaal is dan snel te weinig: er ontstaat een wachtrij en een auto die vol is, houdt de plek bezet.
In dat geval is een laadplein een logischere oplossing. Dat is een parkeerterrein met meerdere laadpunten die met elkaar samenwerken. Er bestaan speciale laadpalen voor een laadplein die het beschikbare vermogen slim over de aangesloten auto’s verdelen. Zo voorkom je dat de aansluiting van het pand overbelast raakt en kan iedereen laden zonder dat er direct een zwaardere netaansluiting nodig is.
Een zakelijke laadpaal heeft bovendien vaak een goedgekeurde kilowattuurmeter en een verbinding met een backoffice, een systeem dat elke laadsessie registreert. Daardoor kunnen laadkosten automatisch worden verrekend of gefactureerd, bijvoorbeeld met leaserijders of gasten. Dat scheelt handmatig administratiewerk en discussie achteraf.
Waar je op let voordat je een laadpunt laat plaatsen
Laat vooraf beoordelen wat je meterkast en netaansluiting aankunnen, want daar hangt het laadvermogen van af. Een installateur bekijkt dat tijdens een schouw, een controle van je installatie ter plaatse, en adviseert, welk vermogen in jouw situatie haalbaar is. Zo voorkom je dat je een paal koopt die meer kan dan je aansluiting toelaat.
Vraag ook naar slim laden. Een slimme laadpaal kan het laden afstemmen op momenten dat er ruimte op het net is of dat je eigen zonnepanelen stroom leveren. Dat wordt belangrijker nu het stroomnet op steeds meer plekken vol raakt.
Wil je dit jaar nog aan de laadpaal, begin dan nu met de voorbereiding: vraag een schouw aan of dien de aanvraag bij je gemeente in. Dan staat de laadplek klaar op het moment dat de elektrische auto er is.
![]()




















