
De Canadezen in Cuijk; ‘Just cleaning weapons and doing a little fieldwork’
Historie 2.006 keer gelezenREGIO | Op deze 6e mei 2025 ligt de Tweede Wereldoorlog officieel 80 jaar achter ons. Er zijn nog maar weinigen onder ons die deze roerige periode meemaakten en erover kunnen vertellen. De geschiedenis leert ons dat Cuijk al in september 1944 bevrijd werd. Het waren de Amerikaanse gebroeders Smith die tijdens operatie Market-Garden vanwege een misdropping in Cuijk terecht kwamen en zodoende voor altijd herinnerd zullen worden als bevrijders. Na hun komst kwamen de Engelsen. Echter, een andere belangrijke geallieerde mogendheid drukte het sterkst haar stempel op Cuijk. Dit waren de Canadezen. Met behulp van archiefonderzoek en door de ogen van hen die er toen bij waren, volgt hieronder hun verhaal.
Door Jan Meijer
Het was koud, drassig en regenachtig toen de Black Watch of Canada op 10 november aankwam in Cuijk. Na zware gevechten elders in Nederland waren zij uit de frontlinie gehaald en naar dit rustgebied gestuurd. Hun eerste prioriteit was om onderdak te vinden. Cuijkenaren die er destijds bij waren, herinneren zich hun komst nog goed. In de Burgemeester van de Mortelstraat was het een Canadese officier of onderofficier die een slaapplaats regelde. ‘How many sleeping rooms you have?’ Antwoord: drie. ‘Six soldiers, they come after two hours, they stay here.’ Hoewel de moeder van het gezin protesteerde, er waren immers nog vijf kinderen thuiswonend, mocht dit niet baten. Het was immers ‘war’. De soldaten namen de slaapkamers, de rest van het gezin moest beneden slapen. Dit was ook de realiteit voor een gezin in de Molenstraat die hun kamers moesten afstaan en tezamen in de bedstee sliepen. Een andere klacht die naar voren komt, is dat de militairen nog weleens zaken als eieren meenamen zonder hierom te vragen. Een valse start voor de relatie van Cuijk met de Canadezen en de vriendschappen die later zouden ontstaan.
![]()
Canadese emblemen, verzameld door een Cuijkenaar.
Chocolade
Al snel kwam de Cuijkse bevolking erachter dat de Canadese aanwezigheid naast deze ongemakken toch ook veel voordelen bood, niet in de laatste plaats in de vorm van voedsel. ‘Ik had ook zo’n ding, zo’n etensbakje en ik had ook bestek. Ik ging gewoon naar hun keuken toe. Trouwens, bij ons allemaal, we kregen allemaal eten.’ Dit is ook de herinnering van een andere Cuijkenaar. ‘De militairen waren aan het eten en als ze dan naar buiten kwamen, dan gingen we (zijn broer en hijzelf) op de vensterbank zitten. Dan kregen we allebei een bordje pruimenpap.’ De pap was afkomstig van de keuken van de Black Watch, die in de leerlooierij van Regouin gevestigd was. Rookwaren en snoepgoed waren ook in trek. ‘A cigarette for big sister, chocolate for me.’ Een Cuijkenaar wist zelfs nog het merk Macdonald te benoemen, die zijn vader kreeg. Ook de kinderen rookten stiekem weleens mee. Zij die dit niet deden, konden zich tegoed doen aan de chocolade en biscuits. ‘Mij gooiden ze dood met chocolade. In het noorden van het land leden ze honger, maar mij gooiden ze dood met chocolade.’
Verstevigen van de relatie
Ook de Canadezen maakten al snel het beste van hun tijd in Cuijk. Russell Sanderson, die diende bij de Black Watch, herinnerde zich een café in Cuijk dat zij destijds bezochten. Het werd uitgebaat door een moeder en haar twee dochters. Bernard ‘Jim‘ James Bennett, een kameraad van Sanderson, had wel interesse in één van de dochters. Zelf was hij de Nederlandse taal niet machtig, maar hij kon steevast rekenen op de hulp van Michael ‘Mike’ Brunner, die naast Engels en Duits ook wat Nederlands sprak en dingen uit naam van James naar de dochter communiceerde. Michael: ‘Whatever he said I would not say. I always thought of him (Bennett) the Dean Martin type. Dark, good looking. He just met the girl and he would already tell them I love you.’ Bennett: ‘I always liked girls (lacht), I was young then.’ Twee soldaten van de Royal Hamilton Light Infantry vonden een kruik rum bij de Regimental Aid Post (verbandpost) in Cuijk. De beider soldaten dachten dat de eigenaar, Sergeant Miles, vermoedelijk weg zou gaan en de kruik zou vergeten. Dat zou natuurlijk zonde zijn! Zij stopten de kruik onder hun jas ‘to keep it warm’. Miles was er echter niet van gediend en hij stuurde een soldaat achter de vinders van de kruik aan. De beide militairen kregen de indruk dat hun actie wellicht verkeerd geïnterpreteerd zou kunnen worden. Het probleem werd opgelost door het nuttigen van de inhoud van de kruik met een Cuijkse vriend. Dit was hun bijdrage aan het verstevigen van de Canadees-Nederlandse relatie.
School
De Canadezen kregen in Cuijk de tijd om te douchen en hun uitrusting en wapens op orde te maken. Ook werden er films bekeken, die natuurlijk de interesse hadden van de Cuijkse jeugd. Echter, er moest ook getraind worden en niet alleen door de gewone soldaten. Bijzonder is dat er in Cuijk een school werd opgezet voor Non Commisional Officers (korporaals en sergeanten). De school was gevestigd in een pand van de handelsonderneming R vd Berg&Co. Dit gebouw was strategisch gelegen langs het spoor in Cuijk op de hoek Bontsestraat-Beversestraat. De lessen waren erop gericht om op lokaal niveau kennis bij te brengen dat direct toepasbaar was in het gebied waarbinnen een eenheid of kleinere formaties opereerden. Het belang van de Non Commisional Officers kan niet onderschat worden. Ze droegen verantwoordelijkheid voor de soldaten direct onder hen en waren tegelijkertijd leiders, wapenexperts en instructeurs. Succes in oorlog hangt af van effectief leiderschap op meerdere niveaus en de N.C.O. speelt in het geheel dus net zo’n belangrijke rol als de hoogste generaal. Lessen varieerden van militair recht en Duitse tactieken tot het gebruik van vlammenwerpers. Alles wat men kon tegenkomen kwam aan bod. Zonder omwegen is te stellen dat de school in het (destijds al helemaal) kleine Cuijk een directe bijdrage heeft geleverd aan de geallieerde eindoverwinning.
![]()
N.C.O. School van toen. (Foto: Cuijks Archief) - Foto:
Bombardementen uit Mook
Door wat ik hier eerder heb geschreven, kan een te rooskleurig beeld ontstaan van de omstandigheden waar de Canadezen op een dagelijkse basis mee te maken hadden. Cuijk was rustgebied, maar zeker niet veilig en de Canadezen hadden de taak om Duitse infiltranten tegen te houden. Iets waar zij geen antwoord op hadden, waren de bombardementen die vanuit de richting Mook op Cuijk werden afgevuurd. Tony Pearson, veteraan van het South Saskatchewan Regiment, was één van de militairen die destijds de wacht hield aan de Maas. De Canadezen zaten in de Nederlandse kazematten en gebouwen, om zo veilig te zijn voor eventuele Duitse scherpschutters. Op een dag waren Tony en de andere soldaten net bezig om de wacht te wisselen. Terwijl zij een praatje maakten, hoorden ze het bekende geluid van inkomende granaten. Met vijf of zes man wisten ze zich allemaal tijdig door de nauwe opening van de kazemat te wurmen. ‘I don’t know how we got in there so fast, but we did!’ Ze kwamen terecht op de bodem van de kazemat, wat hen waarschijnlijk het leven redde. Wel verloor Tony alle knopen van zijn overjas.
Kenneth Walter Fitzpatrick
Tony had geluk, want naast Cuijkse burgers verloor ook een aantal Canadese militairen het leven door de granaten. Dit was bijvoorbeeld het geval toen er op 17 december, rond de klok van 1 uur, een bombardement plaatsvond waarbij een twintigtal granaten viel. Verschillende huizen en een brouwerij moesten eraan geloven. De laatste granaat raakte het voertuig waar de antitankmunitie van de Black Watch in lag opgeslagen. Explosies volgden, dertien soldaten raakten gewond en één sneuvelde. Dit was Lance Corporal Kenneth Walter Fitzpatrick.
![]()
Kenneth Walter Fitzpatrick. - Foto:
Fitzpatrick was geboren op 16 augustus 1925 in Montreal, Quebec. Zijn ouders waren George Pierce Fitzpatrick en Norma Eillen Lambly Fitzpatrick, daarnaast had hij één zus genaamd Norma Foy. Zijn thuissituatie werd omschreven als ‘a happy homelife’. Toen zijn ouders verhuisden naar Sutton, Quebec, ging Kenneth bij zijn oma in Montreal wonen om zo zijn studie voort te kunnen zetten aan de West Hill Highschool. Zijn leven als student eindigde abrupt toen hij als dienstplichtige werd opgeroepen. Door de keuringsarts werd hij beschreven als een jongen met een goede bouw en uitstraling. Hij hield van een veelvoud aan activiteiten, van rugby en hockey tot dansen en het kijken van films. Hij was een groot fan van western magazines en boeken en speelde daarnaast ook nog piano. Alcohol dronk hij niet. Hij voltooide de basistraining tot infanterist met succes en gedroeg zich goed (al was hij soms wat onvolwassen). Na een cursus tot chauffeur behaald te hebben, was hij 18 en oud genoeg om naar Europa verscheept te worden. Op 4 december kwam hij bij de Black Watch terecht. Mogelijk heeft hij nooit een blik kunnen werpen op de vijand, omdat het regiment op 8 december alweer in het rustgebied Cuijk was. Kenneth Walther Fitzpatrick werd 19 jaar oud en rust thans op de Canadese begraafplaats in Groesbeek.
Nooit vergeten
Cuijkse families bleven nog lang in contact met de Canadese jongens die gedurende de oorlog in Cuijk verbleven en indien zij gesneuveld waren, met hun families. Met het wegvallen van de oudere generaties kwam er aan dit contact helaas vaak een einde. De laatste levende link met de Canadezen en de Tweede Wereldoorlog zal spoedig helemaal verdwenen zijn. Toch mag dit geen reden zijn om te vergeten. In deze huidige tijd van toegenomen internationale spanningen herinneren deze strijders van weleer ons eraan om nooit te buigen voor haat en tirannie. Op het moment dat de wereld hen nodig had stonden duizenden Canadezen op om Europa haar vrijheid terug te geven. In de woorden van veteraan Cliff Chadderton: ‘Some went for money, some for adventure, but most: Just because it felt like the right thing to do.’
























