
Geen straf voor fataal verkeersongeval Maashees
Rechtbank 261 keer gelezenMAASHEES | De 24-jarige Venlonaar die in september 2025 betrokken was bij een fataal verkeersongeval in Maashees krijgt van de rechtbank geen straf opgelegd. Hoewel de bestuurder van het bestelbusje bij het links afslaan op een kruising een tegemoetkomende motorrijder over het hoofd zag, én geen voorrang verleende, was hij volgens de rechtbank “niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend”. De motorrijder kwam door het incident om het leven kwam. Diens passagier raakte ernstig gewond.
De Officier van Justitie bevindt de verdachte schuldig, en zegt dat hij “aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend” zou hebben gereden. Echter, volgens de rechtbank is hier onvoldoende bewijst voor. “De verdachte heeft de motor namelijk niet gezien en was in de veronderstelling dat hij kon afslaan. Het is niet duidelijk waarom hij de motor niet zag. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld niet dat de verdachte kort voor het ongeval op zijn telefoon bezig was en er zijn ook geen andere onderzoeksbevindingen waaruit blijkt dat hij was afgeleid of dat hij andere verkeersregels (bijvoorbeeld te hard te rijden) heeft overtreden.”
De rechtbank oordeelt wel dat er een moment van onoplettendheid is geweest waardoor de verdachte de motor over het hoofd heeft gezien. “De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het verwijt dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig/onoplettend reed. Wel maakte hij zich schuldig aan het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg door geen voorrang te verlenen (een overtreding). Dat is een verkeersfout met weliswaar tragische en ernstige gevolgen, maar dus geen misdrijf.”
Volgens de rechtbank toont de verdachte “oprecht berouw” en draagt hij nog dagelijks de last met zich mee van wat er is gebeurd. “Aan de nabestaanden is onherstelbaar leed toegebracht en zij zullen moeten leven met het grote gemis van hun dochter, zus, partner of vriendin. Tegelijkertijd houdt de rechtbank er rekening mee dat ook de verdachte de noodlottige gevolgen van zijn rijgedrag nooit heeft gewild”. Er zou inmiddels ook een “positief gesprek” hebben plaatsgevonden tussen de verdachten, de nabestaanden en het gewonde slachtoffer.
Een straf moet in verhouding staan met de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld daaraan van de verdachte, vindt de rechtbank. Vanuit die gedachte, en het feit dat de straf in dit geval “niet van toegevoegde waarde” vanuit het oogpunt van vergelding en preventie, noemt de rechtbank strafoplegging “niet opportuun”, “hoezeer de rechtbank het verdriet van de nabestaanden erkent”.



















